Tien jaar: voor de leugen of voor het varken?
Een Iraakse rechtbank heeft een slager tien jaar cel opgelegd omdat hij in Najaf, een van de heiligste steden van de sjiitische islam, wild zwijn verkocht als rundvlees. Dat is meer dan sommige functionarissen onlangs kregen voor ongeoorloofde verrijking. Werd hij gestraft voor het bedriegen van zijn klanten, of voor het dier zelf? De rechtbank zegt het niet.
Het recept was eenvoudig. Jaag op wilde zwijnen in een moerasgebied bij Kufa, vil ze, maal het vlees en verkoop het aan klanten in Najaf als rund- en schapenvlees. Dat was, volgens de Iraakse autoriteiten die door lokale media worden geciteerd, het verdienmodel van een slager die begin september werd opgepakt met twee geslachte en gevilde zwijnen. Volgens de Hoge Justitiële Raad van Irak werd 75 kilo varkensvlees in beslag genomen. Op 14 september veroordeelde de strafrechtbank van Najaf hem tot tien jaar gevangenisstraf.
Tien jaar. Volgens het Iraakse medium 964 is dat langer dan de straffen die vorige maand werden uitgedeeld aan voormalige functionarissen die waren veroordeeld voor ongeoorloofde verrijking. Afgaand op recente vonnissen kost je verrijken ten koste van de gemeenschap minder dan het verkeerde dier verkopen.
Waarvoor kreeg hij dan precies tien jaar? De rechterlijke macht spreekt alleen van vlees dat ongeschikt is voor menselijke consumptie, en volgens AFP steunt het vonnis op een wet uit 1998, een overblijfsel uit het tijdperk-Saddam dat betrekking heeft op honden-, ezel- en ander ongeschikt vlees. Toch vond de enige klant die AFP citeert het vlees uitstekend en goedkoper dan op de markt, en kwam hij steeds terug voor meer. Een smaakpapil is geen laboratoriumtest, toegegeven. Maar tussen ‘ongeschikt’ en ‘uitstekend’ past een heel varken. Geen enkele wet verbiedt uitdrukkelijk de verkoop van varkensvlees in Irak, een land met een moslimmeerderheid en een christelijke minderheid. Niemand heeft uitgelegd hoe de rechtbank tot tien jaar is gekomen. Er blijven drie verdachten over: de leugen tegenover de klanten, de staat van het vlees, of het dier zelf.
Als het om de leugen ging, is tien jaar fors. Als het om het varken ging, is het iets anders: een religieus taboe dat via het strafrecht wordt afgedwongen en wordt verpakt als voedselveiligheid. Dat vermoeden is allerminst vergezocht. De Iraakse grondwet noemt de islam de staatsgodsdienst en een fundamentele bron van wetgeving, een constructie waarin ‘ongeschikt’ en ‘verboden’ maar al te makkelijk door elkaar lopen. Enkele dagen na het vonnis deed de invloedrijke sjiitische geestelijke en politicus Muqtada al-Sadr zelfs aanbevelingen voor Najaf. Een voedselfraude die eindigt met de inmenging van een geestelijke, gaat zelden alleen over voedsel.
Dat alles maakt de slager nog geen held. Hij heeft klanten misleid die daardoor, zonder het te weten, een regel overtraden die voor hen heilig is. Een van hen vertelde AFP dat hij steeds terugkwam omdat het vlees uitstekend en goedkoop was. Dat verdient een proces en een straf. Bij voorkeur een straf die uit te leggen valt.
Tien jaar voor de leugen of voor het varken? Zolang de rechters in Najaf geen tekst en uitleg geven, blijft één vermoeden op het menu staan: dat de leugen het bijgerecht was, en het varken het hoofdgerecht.
Bronnen: AFP (via Malay Mail en The Straits Times, 14 september 2026), 964, Shafaq News.